Deze week mocht ik nog maar eens vaststellen hoe vreemd de wereld wel niet moet zijn voor grotebroer.
Al maanden had ik het plan opgevat om zijn kleerkast te reorganiseren. Wat te klein was, moest eruit. Wat versleten was, moest eruit. Wat eindelijk kon gedragen worden, moest erin. Zomer moest vervangen worden door winter, daarna winter weer door zomer, om dan vast te stellen dat wat vorige zomer te groot was, nu alweer te klein was. Zucht, puf, blaas, het was een werkje dat ik altijd maar weer uitstelde.
Maar nu dus niet meer, ik was het beu en heb er werk van gemaakt. Alles mooi gesorteerd, gerangschikt, netjes gestapeld en geplooid, een plaatje om te zien!
De volgende ochtend maak ik grotebroer wakker, laat hem rustig opstaan en ga ondertussen kleinebroer al halen. Terwijl ik hem verschoon, roep ik naar grotebroer dat hij de kleertjes mag aandoen die ik heb klaargelegd, hij moet alleen maar een proper onderbroekje nemen uit de kast, want dat heb ik nog niet klaargelegd.
Na een tijdje ben ik bijna klaar met kleinebroer en ik vind het toch maar verdacht stil in de kamer van grotebroer. Ik vraag of alles in orde is.
- "Neen, mama, ik vind mijn onderbroekjes niet".
- "Ja zeg, er liggen er wel 20 in de kast, daar kan je toch niet naast zien?!"
- "Neen, mama, ze liggen niet in de schuif hoor, ik zie niks!"
Grotebroer wordt boos, ik hoor het aan zijn stem.
Als ik in zijn kamer kom, zie ik hem helemaal vertwijfeld staan, beteuterd zelfs. De lade staat open en ik zie, netjes gestapeld, massa's onderbroekjes liggen. Iets in mij zegt om niet boos te worden en dus plaag ik hem maar een beetje: "Zeg, clown, heb je je oogjes niet goed uitgewreven deze morgend? Wat zijn dit dan?" en triomfantelijk haal ik een onderbroekje uit de kast.
En het is dan pas dat ik het begrijp. Bij het zien van de niet-begrijpende blik van grotebroer. Niet-begrijpend omdat hij het ook niet kan begrijpen. Niet kan begrijpen dat de onderbroekjes, die mama sinds gisteren helemaal anders opplooit en er dus voor grotebroer niet meer uitzien als onderbroekjes maar wel als iets onbekend, eigenlijk toch wel onderbroekjes zijn.
En ik huil. Om mezelf. Omdat ik het nog altijd niet begrijp. Omdat ik hem nog altijd niet begrijp. En ik huil om hem. En om de grote boze wereld die voor hem zo onbegrijpbaar is.